Raw Couples

Met de titel Raw Couples presenteert Natasja Kensmil een nieuwe reeks schilderijen met als hoofdthema de confrontatie tussen materie en ziel, eeuwigheid en vergankelijkheid. Deze confrontatie wordt getoond in Kensmil’s portretten van historische personages, voornamelijk machthebbers van eind negentiende, begin twintigste eeuw. De geportretteerde echtparen waren vaak via familiebanden aan elkaar verwant en stonden soms al zeer jong en onervaren aan de macht van een groot imperium wegens voortijdig overlijden van hun voorganger.

Familieportretten van de Romanovs, staatsieportretten uit de negentiende eeuw, Mondriaan, Rembrandt en Massacio zijn een kleine greep uit de inspiratiebronnen van Kensmil. De wand van haar atelier hangt er vol mee. De portretten van machthebbers die zij maakt, zijn afgeleid van hun praalportretten. Kensmil toont met haar werk de dood die de levensgeschiedenis van deze geportretteerden doordrenkt, en hun isolement. Dit staat in schril contrast met de vrijheden die zij zich kunnen permitteren door macht en afkomst. Wat bepaalt dat zij wel of niet verworden tot gewetenloze barbaren met grenzeloze hebzucht naar een immer uitdijend imperium? Welke morele structuren leggen zij zichzelf op om hun weg te vinden in een wereld die voor hen bestaat uit pracht, praal, tragedie en verderf? De geportretteerden op de staatsieportretten zijn personificaties van deze raadsels en dilemma’s.

Sergej en Ella, 2008, toont hoe levende en levenloze materie slechts door elkaar gescheiden worden door bezieling. Sergej Romanov (1857-1905), grootvorst van Rusland en oom van Tsaar Nicolaas II, stond bekend als een conservatief en wreed man. Zijn vrouw Ella (1864-1918) was daarentegen goedhartig en devoot. Zij zette zich in voor de Russisch Orthodoxe Kerk. Sergej vond de dood door een bomexplosie onder zijn rijtuig terwijl Ella, samen met de andere Romanovs, werd geëxecuteerd. Sergej en Ella zijn afgebeeld in een negentiende eeuws kostuum omgeven door embryo’s van een vis, salamander, mens en kip. Ter inspiratie gebruikte Kensmil illustraties uit de leerboeken van Ernst Haeckel (Duits bioloog, 1834-1919) die de sterke gelijkenis wilde aantonen tussen embryo’s van verschillende diersoorten en van de mens. De existentialistische benadering is voor Kensmil een manier om grip te krijgen op het menselijk gedrag. Leven en dood staan naast elkaar als embryo’s en een levenloos vorstenpaar. De drang van de mens om alles te willen weten in de vorm van de wetenschap van Haeckel, staat in contrast met de mystiek van de dood. Dit religieuze effect wordt toegevoegd door de apostelen op de achtergrond.

Fossil (2009) is een hommage aan Ernst Haeckel. Afgebeeld zijn luizen en zeedieren, in hun substantie vereeuwigd. Met priemende ogen worden we aangestaard door een gedaante op de achtergrond. Eeuwigheid wordt in dit schilderij bewaakt door de fossielen en de geestverschijning. Het herhalende proces van de evolutietheorie waarbij uit het niets leven ontstaat, groeit en zich herhaalt, heeft Natasja in dit werk opgenomen. De achtergrond van het schilderij is een overblijfsel van een eerder werk uit 2008. Kenmerkend voor de schilderkunst van Kensmil zijn de verschillende verflagen in haar schilderijen. De verschillende lagen verf geven een figuurlijke ziel aan het schilderij en aanvankelijk gebruikte Kensmil dit als een proces om dieper in het onderwerp te komen. De restanten van de weggeschilderde beelden gaan in dialoog met het nieuwe beeld, waardoor Kensmil heden en verleden transparant maakt. In toenemende mate begint Kensmil te ervaren dat de pasteuze penseelstreek een beperking vormt om de transparantie weergeven te die de thema’s in haar werk belichamen: leven, dood en bezieling. Met de Romanov serie (vanaf 2006) neemt Kensmil geleidelijk afstand van de pasteuze techniek. De serie Raw Couples laat de ontwikkeling zien van een kunstenaar die over wil gaan op een nieuwe methode: vette verflagen worden afgewisseld met schrale penseelstreken die delen van het doek vrijwel onbeschilderd laten. Op enkele plaatsen fungeert het penseel eerder als een potlood dat de lijn aangeeft dan als een kwast.

Met The Excorcism of Anastasia Romanov (2008) slaat Kensmil overtuigend een nieuwe weg in. Het lichaam van Anastasia Romanov (1901-1918), de jongste dochter van Tsaar Nicolaas II, is na de executie van familie lange tijd spoorloos geweest. De verdwijning was jarenlang bron voor legendes en spookverhalen over haar ronddolende ziel. Kensmil brengt in dit werk materie en ziel in één figuur bijeen. Het blauw/groene gezicht refereert aan het stoffelijk overschot; de holle ogen benadrukken een spookachtig, levenloos beeld. Langzaamaan verandert materie in ziel. De ziel wordt in dit schilderij nu niet meer weergeven door de restanten van andere lagen verf, maar voornamelijk door de over elkaar heen aangebrachte lijnen op het doek. Dwars door Anastasia heen zijn de contouren zichtbaar van een ander lichaam. Krachtige, dynamische penseelstreken lijken Kensmil’s innerlijke driften vanuit het onderbewuste tot leven te brengen. Dit lijnenspel verwijst tevens naar de plaats van het ‘tekenen’ in haar schilderijen. Sinds Kensmil, begin 2008, de pasteuze verflagen los ging laten, heeft ze geen tekening meer gemaakt. Tegelijkertijd refereren haar laatste tekeningen meer naar haar schilderijen: kleurige achtergronden en ingekleurde vlakken nemen het over van zwart-witte houtskoollijnen. The Exorcism of Anastasia Romanov is het meest sterke voorbeeld van het weg laten van kleur en achtergrond.

De ontwikkeling van de kunstenaar in het loslaten van de eerder gebruikte technieken om over te gaan op een nieuwe techniek is een bewerkelijk proces. Na The Excorcism of Anastasia Romanov maakt Kensmil gebruik van oude doeken en geeft daar een nieuwe dimensie aan, zoals Fossil, of maakt ze deels nog gebruik van de pasteuze schildertechniek. Onmiskenbaar heeft ze echter een nieuwe weg ingeslagen.

Bij Victoria and Albert (2009) is een duidelijk verschil te zien tussen de vette en de schrale penseelstreek. Koningin Victoria (1819-1901), vorstin van Engeland, tsarina van Indië en grootouder van dynastieën uit begin twintigste eeuw, wordt afgebeeld met haar man, prins Albert (1819-1861). Na het overlijden van prins Albert aan paratyfus, leidde koningin Victoria een teruggetrokken leven. Het hek tussen de beschouwer en de figuren benadrukt het isolement van de vorsten en het teruggetrokken bestaan van de koningin als weduwe. Het gezicht van Albert is weergegeven als een doodshoofd. Tussen hem en zijn vrouw lijkt, door de druppelvormige schedel, een skelet omhoog te rijzen alsof de dood zich tussen hen indringt. De hond, vrijwel transparant door de lichte schildertoets, geeft een idee van huiselijkheid en trouw passend bij de eeuwige rouw van de Koningin. De cipres op de achtergrond versterkt het beeld van de aanwezige dood, gecompleteerd door een vaag restant van een graftombe en een deel van de romp van een os. Op de achtergrond is de zwarte zon het symbool van ‘horror vacui’, de angst voor de ledigheid. Kensmil gaf in 2003 een werk de titel Horror Vacui. In de beeldende kunst is dit symbolisch voor het streven kale plekken in een kunstwerk te vermijden. De angst voor ‘het niets’ komt ook terug in de onzekerheid van de mens die elk moment van de dag wil invullen met zijn doen en laten. In dit werk stelt het de angst voor ledigheid en eenzaamheid voor van de koningin. Beide echtelieden zijn schraal geschilderd, terwijl de achtergrond in dikke lagen is opgebracht. De handen zijn onbeschilderd gelaten, waardoor je letterlijk onder de (verf)huid kijkt.

De donkere kleurstelling in combinatie met de transparantie van haar recente werk geven de indruk dat Kensmil laag voor laag wil afpellen om zo dicht mogelijk bij de fundamenten van leven en dood en van goed en kwaad te kunnen komen. De meest primaire behoefte van de mens, de drang tot overleven, zorgt ervoor dat we ons afzonderen in groepen en anderen uitsluiten, en dat we een moreel onderscheid maken tussen het goede en het kwade. De evolutietheorie die leven en dood bij elkaar brengt in de kringloop van het leven, en de Bijbel die na Adam en Eva goed en kwaad onderscheidt, verschaffen de morele waarden die in Kensmil’s werk samenkomen.

Adriana González Hulshof